Harish
Johari
de Yogi die het Westen begreep
Werken met de Chakra’s
Harish Johari.
Ankh-Hermes bv - Deventer.
ISBN 90.202.8047.3
We hebben hier voor ons een rijk gedocumenteerd
en diepgaand gefundeerd handboek voor het
werken met chakra’s, een bundeling
van een schat aan relevante duizendjarige
kennis.
Het is niet het zoveelste in een rij van
zweverige levensverhalen, onvoorstelbare
genezingen en zgn. intuïtieve ‘direct
verkregen’ kennis omtrent chakra’s
die de desbetreffende boekenplanken vullen
in handel en huiskamer - want er worden
nogal wat dubiositeiten of zelfs regelrechte
onzin omtrent dit onderwerp gepubliceerd
en gedebiteerd.
Of zoals de auteur het recentelijk nog tijdens
een lezing uitdrukte: “Toen ik 30
jaar geleden over chakra’s begon te
spreken, hadden de meeste mensen daar nog
het eerste begin niet over gehoord. Nu bestaat
er vanalles, allerhande vormen van zgn.
chakra-healing, er zijn edelstenen en zaklampjes
voor de chakra’s, en nog chakra-ditjes
en chakra-datjes. Dat alles is dat heel
verwarrend.”
Dat laatste kan men van het
boek “Werken met de Chakra’s”
zeker niet zeggen. Met alle complexiteit
eigen aan het onderwerp is dit een helder
en doorzichtig ‘studieboek’,
goed om jaren mee te werken. Het is ook
met een zucht van ‘eindelijk’
dat we de vertaling van onderhavig werk
begroeten, en niet in het minst omdat we
hier weldegelijk kunnen vertrouwen en voortgaan
op wat we lezen!
Zo bijvoorbeeld betreft een vaak gelezen
onjuistheid de kleuren van de chakra’s.
Het kan sommigen misschien te futiel voorkomen
om er een punt van te maken, maar het is
tekenend voor de “modieuze”
benadering van dit onderwerp om de kleuren
van de zeven chakra’s te doen overeenstemmen
met de zeven kleuren van de regenboog. Omdat
het eerste kleur van de regenboog rood is,
zou het eerste chakra ook rood (moeten)
zijn. De kleur van het zevende chakra wordt
dan volgens deze redenering violet.
Volgens de oude Vedische geschriften zijn
de kleuren van de chakra’s de kleuren
van hun dominerende element (tattva) . De
eerste vijf chakra’s zijn immers de
krachtvelden die horen bij de vijf elementen
en hun respectievelijke loka’s (niveau’s).
Het zijn ook deze vijf elementen die verantwoordelijk
zijn voor de vijf basisbehoeften zoals die
met de chakra’s geassocieerd zijn.
Deze vijf elementen vormen aldus de podia
(loka’s) waarop het leven zich afspeelt,
waar de bij een chakra horende basisbehoefte
naar bevrediging zoekt. (“Chakra’s
are the playgrounds of elements”).
Voor het eerste chakra domineert het element
Aarde, en de kleur van dit element is okergeel.
Het is eveneens de kleur die men innerlijk
waarneemt als onze spirituele energie zich
op dit vlak bevindt.
Voor het zevende chakra dat zich ver boven
de elementen bevindt (tattvatit én
gunatit), ja de bron is van alle energie
en de elementen en dus van alle kleuren,
kan de kleur onmogelijk violet zijn. De
duizendbladige lotus in de verschillende
kleuren van de regenboog komt in de symbolische
weergave (yantra) van het zevende chakra
voor.
Een andere opvallende kwaliteit
van dit boek is dat het een zeer precies
beeld weergeeft van finaliteit, zodat men
voor zichzelf kan uitmaken waar men zich
op het pad bevindt, en hoeveel weg men nog
te gaan heeft, en waar men zich nu op moet
concentreren.
Zo bvb. vergt het ontwarren van de éérste
knoop die de spirituele energie in het eerste
tot derde chakra gevangen houdt (Brahma
granthi) minstens een jarenlange training
(sadhana) én de genade van Koendalini
Devi.
“Wanneer de koendalini de knoop van
Brahma heeft doorlopen en op de juiste wijze
is ontward, raakt de aspirant in een toestand
van concentratie en wordt zijn meditatie
niet langer onderbroken door beelden uit
de wereld van namen en vormen.” (p.
40) Om dit te bereiken dient men “...
door de voortdurende beoefening van pratyahara
(doelbewuste terugtrekking van de vijf zintuigen)
erin te slagen de vijf vensters te sluiten,
... Maar voor het zover is moet men zich
oefenen in de vijf yama’s en niyama’s
of ’beteugelingen’, en een stabiele
asana vinden ...” M.a.w., zolang men
tijdens meditatie nog gestoord wordt door
beelden uit de wereld, weet men dat Brahma
granthi niet is ontward.
Vaak geven boeken, tijdschriften en cursusen
een totaal ander beeld over het werken met
chakra’s. Jarenlangen intensieve zelf-training
lijkt niet nodig te zijn, als een paar healing-sessies
volstaan om een ‘ziek’ chakra
te ‘genezen’, een positieve
gedachte een chakra doet ‘opengaan’.
Dat alles is heel “misleidend, omdat
de chakra’s niet stoffelijk zijn....
De chakra’s zijn bovenzintuiglijke
centra die vanuit een materialistische of
fysiologische invalshoek niet volledig kunnen
beschreven (en begrepen) worden. ... Er
is (wél) een fundamenteel verband
tussen deze centra en het grof-stoffelijke
lichaam, en de fysieke functies daarvan”
(p.19-21).
Chakra’s zijn centra zijn van subtiele
niet-stoffelijke energie (sukshma prana).
Zij werken in op de fijn-stoffelijke (electro-magnetische)
energie van de meridianen en op de grof-stoffelijke
(electro-chemische) energie van het zenuwstelsel.
Meridianen en zenuwstelsel staan in voortdurende
wisselwerking met de endocriene klieren
en de lichaamschemie, en deze wisselwerking
bepaalt de gemoedsgesteldheid.
De misvatting ontstaat dan doordat men geen
helder onderscheid aanbrengt tussen enerzijds
het inwerken op de gemoedsgesteldheid van
een mens, op endocriene klieren & zenuwstelsel,
op meridianen & accupunctuurpunten (die
allen in een welbepaald verband staan met
de chakra’s), en anderzijds spirituele
training (sadhana) en het spirituele werk
met de chakra’s.
Dit werk-boek en naslag-werk
is ingedeeld in vier hoofdstukken. Het eerste
inleidende hoofdstuk - “Beginselen
van Tantra” - beschrijft de verhouding
tussen het Kosmisch Bewustzijn en het menselijk
organisme, het volmaaktste instrument om
het Bewustzijn tot uitdrukking te brengen,
en definiëert Tantra-Yoga als een combinatie
van Raja-, Jnana-, Karma-, Bhakti- &
Hatha-Yoga.
In het tweede hoofdstuk -
“Koendalini” - komt de anatomie
en physiologie van het yoga-lichaam aan
bod. Naast een eerste omschrijving van de
chakra’s en een duidelijke omschrijving
van de belangrijkste nadi’s , kosha’s
en granthi’s , komen vervolgens de
voorwaarden en hulpmiddelen aan bod om de
koendalini te wekken: 1° reiniging van
het lichaam ; 2° reiniging van de geest
; 3° de bandha’s ; 4° de mudra’s
.
Het derde hoofstuk beschrijft
“De voornaamste aspecten van de chakra’s”.
Geïllustreerd met prachtige tantrische
voorstellingen worden alle chakra’s
in detail beschreven. Niet alleen de kleur,
vorm, element (tattva), niveau (loka), planeet,
klank, diersymbool, ... , komen aan bod,
maar ook de wijze van omgaan met anderen,
de gedragspatronen, de problemen, alsook
de weldoende effecten van meditatie.
Het vierde hoofdstuk - “Chakra’s,
wedergeboorde en spiritualiteit” -
geeft weer dat men herboren wordt in een
hoedanigheid die overeenstemt met de chakra
waarin men in hoofdzaak tijdens het vorige
leven actief was. Hetzelfde geldt voor de
tussenperiode na de dood en vóór
de wedergeboorte: men verblijft in de sfeer
overeenkomstig de chakra waarin men in hoofdzaak
tijdens het leven actief was.
Dit uitermate degelijk gestoffeerde
en verhelderende boek sluit af met een 70-tal
cruciale originele tekstfragmenten over
yoga, en met een register.
LEES OOK:
hoofdstuk
1. Harish Johari: Biografie.
hoofdstuk
2. Harish Johari’s Tantrische Visie
voor het Westen
hoofdstuk
3. Leerlingen van Harish Johari die les
geven & contacten in India
Surf verder naar:
•
Harish Johari: Ayurveda's renaissance man
• door
Harish Johari gepubliceerde werken
• Favoriete
foto's van Dada Harish Johari
|